Advocaat van Ali B onder vuur na betoog aan tafel bij Jeroen Pauw
In dit artikel:
Advocaat Bart Swier veroorzaakte maandagavond commotie tijdens Pauw & De Wit door in te zoomen op het ontbreken van zogenoemd steunbewijs in de aangifte van Ellen ten Damme binnen het hoger beroep tegen Ali B. Het OM eist 2,5 jaar gevangenisstraf tegen de rapper, die meerdere vrouwen zou hebben misbruikt en alle beschuldigingen ontkent. In de uitzending legde Swier uit dat zijn juridische aandacht niet primair bij de persoon van Ten Damme ligt, maar bij wél of er aanvullend bewijs is dat haar verklaring ondersteunt — bijvoorbeeld getuigen die kort na het incident hevige emoties hebben waargenomen. “Het gaat mij niet zozeer om de betrouwbaarheid van Ellen ten Damme als wel om het steunbewijs,” zei hij.
Swier verwees naar strikte jurisprudentie van de Hoge Raad: om als steunbewijs te gelden moet er sprake zijn van zichtbare, hevige emoties en een duidelijk causaal verband tussen het delict en die emoties. Ontbreekt die link, aldus Swier, dan verliest een getuigenverklaring veel bewijskracht; daarmee zou men volgens hem genoodzaakt zijn gedrag van slachtoffers direct na het incident te beoordelen — een ontwikkeling die hij met een “doos van Pandora” vergeleek.
Presentator Jeroen Pauw reageerde fel en plaatste Swiers juridische redenering tegenover de dagelijkse realiteit van rouw- en traumareacties: zichtbaar gedrag zegt niet alles, mensen kunnen professioneel blijven of door shock anders reageren. “Je kan het ook gewoon glad ijs noemen toch?” zei Pauw, stellend dat afwezigheid van emotie geen bewijs hoeft te zijn dat er niets is gebeurd. De discussie weerspiegelt een breder probleem in de rechtszaal: verdediging en aanklagers interpreteren hetzelfde gedrag van Ten Damme verschillend; haar advocaat benadrukt dat veranderend of afwezig gedrag bekende traumaresponsen zijn.
Onder de Instagram-post van het programma barstte de kritiek los: veel kijkers verdedigden Ten Damme, wezen op traumapsychologie en waarschuwden voor dubbele standaarden en juridische obstakels als steunbewijs te bepalend wordt. De uitspraak in het hoger beroep wordt op 7 mei verwacht.