Ali B over zaak Naomi: 'Erg dat dit wordt gebruikt om mij bij mijn kinderen weg te halen'
In dit artikel:
Het gerechtshof in Amsterdam behandelde dinsdag het hoger beroep van Ali B in de zaak rond de beschuldigingen van seksueel geweld tijdens een schrijverskamp in Heiloo. De zitting ging vooral over Naomi, die zegt dat zij tijdens het kamp door Ali B is aangerand en verkracht. De rechtbank had hem eerder veroordeeld voor verkrachting, maar vrijgesproken van aanranding wegens gebrek aan steunbewijs.
Ali B hield vol dat hij zich weinig van die dag herinnert en kreeg van de raadsheer te horen eerlijk aan te geven wanneer zijn geheugen stopt. Een twistpunt is de vraag in welke kamer het incident plaatsvond; Ali maakte eerder een andere stelligheid over welke kamer van hem zou zijn, maar zei dinsdag dat hij daar niet meer zeker van is. Ronnie Flex, die ook aanwezig was op het kamp, bevestigde opnieuw dat er een woordenwisseling plaatsvond toen Ali binnenkwam, maar kon zich de precieze inhoud niet meer herinneren.
De verdediging bekritiseert het politieonderzoek en zegt dat er niet zorgvuldig genoeg is doorgevraagd, bijvoorbeeld aan Ronnie Flex; de advocaat-generaal stelde daartegen dat het onderzoek wel degelijk zorgvuldig was. Uit opgenomen gesprekken met Ali en zijn toenmalige vrouw Breghje Kommers blijkt volgens het hof dat Ali wél een indruk had van wie Naomi is, hoewel hij blijft ontkennen haar te hebben herkend toen de zaak in het programma BOOS aan de orde kwam.
Verder werd de betrouwbaarheid van een getuige die Naomi huilend bij een busstation zou hebben gevonden ter discussie gesteld: Ali noemde details uit die verklaring tegenstrijdig. Emotioneel verklaarde hij dat hij het zwaar vindt dat die verklaringen gebruikt zouden worden om hem bij zijn kinderen weg te houden. Ook kwam kort aan bod dat Ali zichzelf eerder als “braaf” omschreef, terwijl hij bevestigde te zijn vreemdgegaan maar alleen met wederzijdse toestemming. Het hoger beroep wordt voortgezet; de zitting bood vooral verduidelijking over herinneringen, getuigenverklaringen en de vraag of het opsporingsonderzoek tekort is geschoten.