Blake Lively en Justin Baldoni schikken in rechtszaak rond It Ends With Us
In dit artikel:
Na anderhalf jaar juridische strijd hebben Blake Lively en Justin Baldoni hun conflicten met een schikking opgelost. De zaak ontstond naar aanleiding van de opnames van de film It Ends With Us (2024). Lively had Baldoni, die regisseerde en tegenover haar speelde, beschuldigd van seksuele intimidatie op de set en van het organiseren van een digitale lastercampagne via zijn publicisten nadat zij klacht had ingediend. Baldoni daagde op zijn beurt Lively wegens smaad en klaagde ook de New York Times aan nadat die een artikel publiceerde met door publicisten uitgewisselde sms’jes waarin strategieën werden besproken om op de aantijgingen te reageren.
Lively startte formeel een zaak in december 2024 bij het California Civil Rights Department; rond dezelfde tijd verscheen de uitgebreide NYT-reportage. De procedure liep via meerdere dossiers: een federale civiele zaak van Lively tegen Baldoni en een tegen de krant door Baldoni. Rechter Lewis Liman wees vorige maand tien van Livelys dertien civiele vorderingen af, waaronder de intimidatieclaims; drie claims — vergelding, medeplichtigheid aan vergelding en contractbreuk — bleven voor een jury over. Een eerdere poging van Baldoni om de krant aan te pakken strandde grotendeels omdat de rechter bepaalde dat bepaalde communicatie beschermd viel door proces- en berichtgevingsprivileges.
In hun gezamenlijke verklaring bij de schikking benadrukken beide partijen dat de film een bron van trots is en dat het streven naar een werkomgeving zonder ongepast gedrag blijft bestaan. De overeenkomst valt ongeveer twee weken vóór de geplande aanvang van een federale rechtszaak en markeert voorlopig het einde van de publiek uitgevochten controverse. Juridische nuances speelden een rol in de zaak: Lively werd door de rechter beschouwd als zelfstandige (niet als werknemer) en omdat de opnames in New Jersey plaatsvonden, konden enkele Californische beschermingen niet worden ingeroepen.
De uitkomst betekent geen gerechtelijke uitspraak over de kernbeschuldigingen, maar wel een definitieve afsluiting van de lopende processen en een gezamenlijke oproep om verder te gaan in een respectvolle online en werkomgeving.