Dit is waarom Femke Kok véél minder prijzengeld krijgt voor goud dan Jutta Leerdam
In dit artikel:
Femke Kok pakte tijdens de Olympische Winterspelen in Milaan sportief revanche op landgenote Jutta Leerdam: nadat Kok eerder zilver behaalde op de 1000 meter achter Leerdam, won ze nu het goud op de 500 meter, met Leerdam als tweede. Financieel levert die olympische titel voor Kok echter veel minder op dan voor Leerdam.
De reden ligt in de bonusregeling van NOC*NSF: individuele olympische kampioenen krijgen een vaste bruto bonus van maximaal 30.000 euro per sporter — niet per medaille. De Spelen van Milaan zijn bovendien de laatste waarbij deze medaillebonussen worden uitgekeerd; vanaf 2026 wordt het beschikbare budget volledig geïnvesteerd in talentontwikkeling en begeleiding.
Kok had voor de 500 meter al 22.500 euro ontvangen voor haar zilveren medaille op de 1000 meter. Omdat het totaalbedrag per sporter niet boven de 30.000 euro mag uitkomen, kreeg ze na haar gouden race slechts het resterende bedrag van 7.500 euro uitgekeerd. Leerdam daarentegen ontving de volle 30.000 euro voor haar gouden 1000 meter omdat ze eerder geen individuele medaille had. Alle genoemde bedragen zijn bruto; er moet nog inkomstenbelasting over betaald worden, wat afhankelijk van het jaarinkomen fors kan schelen.
Kortom: sportief behoort Kok nu tot de olympische kampioenen, maar door de grens op de bonussen brengt haar tweede medaille aanzienlijk minder extra prijzengeld op dan de gouden race van Leerdam.