Ellen ten Damme heeft nooit behoefte gehad om aangifte doen tegen Ali B
In dit artikel:
Ellen ten Damme heeft nooit gevraagd om aangifte of publieke aandacht in de zaak tegen Ali B, verklaarde haar advocate Ruth Jager aan het einde van de eerste zittingsdag dinsdag. Volgens Jager wil Ten Damme geen mediacircus; de voortdurende publiciteit belemmert haar privéleven en haar beroepsmatige mogelijkheden, onder meer doordat journalisten steeds maar één onderwerp willen bespreken. Ten Damme voelt zich bovendien angstig voor de negatieve aandacht en voor de manier waarop de verdediging haar publiekelijk probeert te marginaliseren om zo vrijspraak te bepleiten.
Ali B wordt beschuldigd van het verkrachten van Ten Damme in april 2014 in een hotel in de Marokkaanse stad Meknès, tijdens tv-opnamen voor het AVROTROS-programma Ali B en de Muziekkaravaan. Ellen deed in 2022 bij de politie haar ervaringen uit de doeken; hoewel zij geen formele aangifte indiende, vond het Openbaar Ministerie de verklaringen voldoende aanleiding tot vervolging. In 2024 werd Ali B al veroordeeld voor een poging daartoe; dit hoger beroep draait om de beschuldiging van verkrachting zelf.
De verdachte ontkent de aantijgingen opnieuw en stelt dat er hooguit één kus was tijdens een ontmoeting op De Parade. Ali B ontkent ook de voorstelling dat hij zich in de hotelkamer op een seksuele wijze zou hebben opgesteld. Het hof zal dinsdagmiddag beeldmateriaal van het tv-programma vertonen; de verdediging voert aan dat die beelden hun flirterige en vriendschappelijke relatie bevestigen.
Kort samengevat: de zaak richt zich op een incident uit 2014 dat pas jaren later bij de politie werd gemeld en leidde tot vervolging, terwijl de vermeende benadeelde benadrukt geen proces of publiciteit gewenst te hebben en door zowel de zaak als de publieke discussie zwaar te worden belast. De rechtbank onderzoekt in hoger beroep de feiten, met beeldmateriaal en tegengestelde verklaringen centraal in de bewijsvoering.