Nieuwe regels voor sparen, werken en wonen: dit verandert voor jou in 2026
In dit artikel:
Het Belastingplan 2026 zorgt ervoor dat Nederlanders ongemerkt iets meer gaan betalen, niet via hogere tarieven maar doordat de overheid de inflatiecorrectie afremt en vermogens zwaarder belast. Het kabinet en het ministerie van Financiën voeren de maatregelen in per 2026 om de begroting sluitend te houden en kosten van beleid zoals het lage btw-tarief op cultuur en sport te dekken; critici in de Tweede Kamer waarschuwen voor een sluipende lastenverzwaring, vooral voor werkenden.
Belasting op arbeid: minder indexatie, dus hogere druk
De tariefschijven zelf blijven gelijk, maar de grenzen worden minder volledig geïndexeerd voor inflatie. De eerste schijf loopt in 2026 tot €38.883 (lager dan bij volledige indexatie), waardoor meer mensen sneller in een hogere schijf terechtkomen. Ook de arbeidskorting en de algemene heffingskorting stijgen minder mee met de inflatie, wat werknemers netto raakt. De Kamer heeft het kabinet om alternatieven gevraagd; mogelijk volgen aanpassingen tijdens de parlementaire behandeling.
Sparen en beleggen: strengere box-3-heffing
De geplande overstap naar een box-3-stelsel op basis van werkelijk rendement is uitgesteld tot 2028. Tot die tijd blijft het tijdelijke stelsel gelden, maar met twee belangrijke veranderingen: het heffingsvrije vermogen daalt van €57.000 naar €51.400 per persoon, en het forfaitaire rendement voor 2026 wordt fors verhoogd van 5,88% naar 7,78%. Daardoor gaan meer spaarders en beleggers belasting betalen; de spaartaks (tarief 32%) zelf blijft hetzelfde. Het kabinet verwacht ruim €2,5 miljard extra op te halen met deze ingrepen.
Voordelen voor groen beleggen bijna weg
Fiscale stimulansen voor duurzame beleggingen worden vrijwel afgeschaft. De vrijstelling voor groen beleggen is de afgelopen jaren al sterk teruggebracht en blijft in 2026 laag; de heffingskorting loopt uit op 0% in 2027. Volgens het kabinet moet vergroening voortaan via subsidies worden aangemoedigd; de Belastingdienst meldde dat een volledige technische afschaffing pas in 2028 volledig doorgevoerd kan worden.
Andere wijzigingen
- De tijdelijke verlaging van accijnzen op benzine en diesel blijft in 2026 van kracht; zonder verlenging zouden prijzen fors stijgen.
- Het lage btw-tarief van 9% voor cultuur, sport en media blijft behouden.
- Tabaksaccijns en sommige verbruiksbelastingen stijgen (volgens het meerjarenplan van Volksgezondheid loopt de tabaksverhoging in april 2026).
- De 30%-regeling voor buitenlandse werknemers wordt teruggebracht van vijf naar vier jaar; het salarismaximum blijft rond de Balkenende-norm.
- Het eigenwoningforfait daalt licht (0,40% → 0,35%) voor woningen tot ~€1,2 miljoen. Starters tot 35 jaar behouden vrijstelling voor woningen tot €510.000; overdrachtsbelasting blijft 10,4%.
Wat betekent dit voor burgers?
De meeste Nederlanders merken geen grote schokken, maar de optelsom van minder indexatie, lagere kortingen en een zwaardere vermogensheffing verhoogt de belastingdruk lichtelijk—met name voor werkenden en spaarders. De grote fiscale hervorming wordt doorgeschoven naar 2028.