Oud-advocaat Weski (71) wel schuldig, maar ze hoeft niet meer de cel in
In dit artikel:
Voormalig topadvocaat Inez Weski (71) is door de rechtbank schuldig bevonden aan het doorspelen van geheime boodschappen waardoor drugscrimineel Ridouan Taghi vanuit de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught contact kon blijven houden met zijn organisatie. De rechtbank kwalificeert haar rol als “essentieel”: zij communiceerde via een versleutelde Sky ECC-telefoon met onder anderen Taghi’s zoon en zus en schakelde later ook usb-sticks in toen servers voor versleutelde communicatie onder druk kwamen te staan.
Uit de bewijslast blijkt dat de correspondentie codetaal bevatte die naar drugshandel verwees (termen als ‘stash’ en ‘broeken’), dat er schuilnamen werden gebruikt (Taghi aangeduid als ‘uw vader’, de Italiaan Raffaele Imperiale als ‘Pasta’ of ‘schoonvader’) en dat Excelbestanden werden uitgewisseld met financiële overzichten, openstaande schulden, betalingen en transportdetails. Notities van Faissal Taghi bevatten verwijzingen naar informatie die van Weski afkomstig was. De rechtbank oordeelt dat zij niet slechts passief berichten doorgaf maar actief deelnam aan de communicatie en daarmee de criminele organisatie in stand hield.
Weski heeft tijdens het proces de aantijgingen steeds ontkend en beroept zich op haar geheimhoudingsplicht, maar de rechters zien dit als ernstig misbruik van het vertrouwensprivilege dat advocaten hebben tegenover hun cliënt — zeker nu Taghi juist in de EBI zat om contact te verhinderen. De meeste verweerpunten van de verdediging werden verworpen; Sky ECC-berichten zijn door de rechtbank als bewijs toegelaten en er zijn volgens de rechters geen aanwijzingen van datamanipulatie.
Hoewel de rechtbank haar schuldig acht, hoeft Weski niet terug naar de gevangenis vanwege een zorgwekkende medische en psychische situatie. Zij zat 42 dagen in voorarrest; het Openbaar Ministerie had 4,5 jaar geëist. De rechtbank constateerde wel onderzoeksmissers en onregelmatigheden bij haar detentie en bekritiseerde publieke uitspraken van OM-functionarissen over het bewijs, maar vond dat dit geen reden was om vervolging te stoppen of het proces oneerlijk te noemen.