Vakantiegeld valt voor veel Nederlanders lager uit: verschillen lopen flink uiteen

vrijdag, 15 mei 2026 (23:08) - Socialnieuws.nl

In dit artikel:

Vakantiegeld — doorgaans 8% van het bruto jaarinkomen en meestal uitbetaald in mei of juni — valt dit jaar voor veel werknemers anders uit dan in 2025. Berekeningen van salarisdienstverlener ADP Nederland laten grote verschillen zien: sommige werknemers houden een paar euro minder over, andere zien hun vakantietoeslag met honderden euro’s stijgen.

De oorzaak ligt vooral in het Nederlandse progressieve belastingstelsel en wijzigingen in heffingskortingen. Als je bruto loon stijgt, groeit ook het vakantiegeld (het is 8% van het jaarloon), maar een hogere brutovergoeding kan je in een hogere belastingschijf duwen. Daardoor kan het netto‑bedrag van je vakantiegeld dalen. Daarnaast zijn inkomensafhankelijke heffingskortingen van invloed: die lopen eerst op en worden vanaf een bepaald inkomensniveau weer afgebouwd. Wie net voorbij zo’n ‘kantelpunt’ valt, kan bruto meer vakantiegeld krijgen maar netto minder overhouden.

Laagopgeleide en parttime werkenden profiteren dit jaar juist van de belastingaanpassingen die het kabinet eind 2025 doorvoerde. ADP noemt concrete voorbeelden: werknemers met een bruto maandloon tussen €1.250 en €1.750 ontvangen ongeveer €13–€18 netto extra vakantiegeld; bij een bruto maandloon van €1.000 kan het voordeel oplopen tot circa €221 netto meer. Ook parttimers met een bruto salaris van €2.250 krijgen rond €132 netto extra doordat zij dit jaar gunstiger in de opbouw van de algemene heffingskorting vallen.

Voor modale en hogere inkomens is het effect doorgaans negatiever maar klein: bij een netto‑inkomen van €2.000 vermindert het vakantiegeld met ongeveer €5; bij een bruto maandsalaris van €2.500 gaat het om circa €7 minder; iemand met het modale bruto‑salaris van €3.704 ziet ongeveer €5 minder vakantiegeld. ADP benadrukt echter dat dit niet betekent dat deze groepen er financieel op achteruitgaan: het totale nettojaarloon is voor alle inkomensgroepen hoger dan vorig jaar.

Historische context: vakantiegeld wordt sinds de invoering in 1968 meestal vlak voor de zomer uitgekeerd zodat het extra bedrag benut kan worden voor vakanties en niet eerder wordt uitgegeven. Voor werknemers blijft het verstandig hun loonstrook en opslag van heffingskortingen te controleren, omdat kleine veranderingen in bruto‑inkomen soms onverwachte netto‑effecten kunnen veroorzaken.