Vogels voeren? Vergeet dit ene cruciale ding niet dat hun leven redt in de vrieskou
In dit artikel:
In de winter leggen veel mensen vetbollen en zaden voor tuinvogels neer, maar een cruciaal element ontbreekt vaak: beschikbaar, niet-bevroren water. Tuinvogels zoals mezen, mussen, roodborstjes en merels eten in koude maanden vooral droog voer (zaden, pitten, noten), wat veel dorst veroorzaakt. Omdat insecten en sappige bessen schaars zijn en vijvers, plassen en regentonnen snel dichtvriezen, lopen vogels het risico uit te drogen. Uitdroging vertraagt hun stofwisseling — precies dat wat ze juist nodig hebben om lichaamswarmte te produceren en de nacht te overleven.
Sneeuw eten is geen goed alternatief: het smelten van sneeuw kost een klein vogellichaam veel lichaamswarmte en energie, die anders voor verwarming gebruikt zou worden. Een schaaltje met vloeibaar water bespaart die energie en verhoogt de overlevingskans. Daarnaast is badderen in koud weer wél belangrijk: vogels reinigen hun veren en verspreiden daarna vet uit de stuitklier, waardoor de veren waterafstotend en luchtig blijven. Schone, ingevette veren isoleren veel beter; vieze veren verliezen warmte en vergroten de kans op onderkoeling.
Wat kun je doen in je tuin? Zet een ondiep schaaltje water neer naast het voederplekje en ververs het regelmatig zodat het niet bevriest. Plaats het op een beschutte plek en houd het schoon — dat maakt je tuin voor vogels niet alleen aantrekkelijker, maar ook een stuk levensreddender in strenge vorst. De Vogelbescherming wijst erop dat zulke eenvoudige maatregelen vogels daadwerkelijk helpen de winter door te komen.